9

aug

2016

sterlogoDoor Frédéric Joignot

In Parijs, Rennes, Grenoble of Metz worden de burgers uitgenodigd om investeringsprojecten voor hun gemeente voor te stellen en goed te keuren. De gemeentebesturen van deze steden inspireren zich aan de ervaring van de Braziliaanse stad Porto Alegre. Zullen binnenkort de burgers zelf kunnen bepalen waar hun belastinggeld aan wordt besteed? – We vertaalden onderstaand artikel uit de Franse krant Le Monde van 16 juli 2016.

Eens te meer hebben duizenden mensen de oproep beantwoord. Afgelopen februari werden de Parijzenaars voor het derde opeenvolgende jaar ertoe aangespoord, in het kader van het participatief budget van 2016, hun investeringsprojecten aan de gemeente voor te leggen. Vijf weken later, toen deze fase afgesloten werd, waren er 3.162 ideeën op het digitale platform Budgetparticipatif.Paris.fr ingediend. Uit de 5.115 projecten die er in 2015 ingediend waren, had het stadsbestuur er 654 geselecteerd en vervolgens ter stemming aan de burgers voorgelegd: haast 67.000 mensen hadden hun stem uitgebracht en 187 projecten werden weerhouden om vanaf dit jaar gefinancierd te worden.

Sommige brengen je aan het dromen. De meeste van hen (179) hebben betrekking op de arrondissementen: het schilderen van de hinkelbanen in de scholen van de wijk Saint-Ferdinand (12.000 euro); nieuwe banken en zitjes in het park Montsouris (50.000 euro); de aanleg van fruitbomen in de rue Montorgueil (40.000 euro). Acht andere, meer ambitieuze projecten zijn bestemd voor de hele stad: de muziekkiosken nieuw leven inblazen door er toneelgroepen te laten optreden (3,7 miljoen euro); de oude spoorweg van de Kleine Ring opwaarderen door middel van wandelwegen, drankkraampjes, culturele ruimten en collectieve groentetuinen (7,5 miljoen); precaire werknemers ondersteunen door badinrichtingen te vernieuwen en er gratis bagageruimtes te installeren (4,4 miljoen). Aan al deze programma’s is men inmiddels begonnen.

‘Het woord en de macht aan de inwoners’

Deze oproep aan de Parijzenaars om ‘rechtstreeks tussen te komen’ in de budgettaire keuzes van het gemeentebestuur was in 2014 gelanceerd door Anne Hidalgo. In een basistekst verdedigt de burgemeester het idee dat de ‘collectieve intelligentie’ en de ‘burgerparticipatie’ ‘krachtige middelen’ zijn om een openbare politiek uit te werken. Volgens haar dragen op die manier de Parijzenaars bij aan ‘de essentiële roeping van de democratie’, die niet mag stoppen op de dag na de verkiezingen maar die ‘het woord en de macht aan de inwoners moet geven’. In 2016 wordt er 100 miljoen euro uitgetrokken voor het participatief budget – hetgeen gelijkstaat aan 5 % van het jaarlijks budget van de stad. Tegen 2020 zal er 500 miljoen euro aan toegewezen worden.

Uiteraard verliep de overgang van de utopie naar diens uitwerking niet van een leien dakje. Anne Hidalgo en haar ploeg zagen bijvoorbeeld voorstellen passeren om de Parijse scholen te renoveren; geluidsisolatie van de klassen, renovatie van wc’s, bouw van fietsstallingen. Onmiddellijk werd er geprotesteerd door de vakbonden van de leerkrachten en door de ouders van de leerlingen: de gemeenteraad van Parijs moest niet in haar participatief budget inschrijven wat eigenlijk onder ‘haar verplichtingen’ valt. Andere voorstellen hadden betrekking op de verbetering van metrostations: ze zouden ook ’s nachts moeten open zijn, verlaten stations zouden tot tentoonstellingsruimten of tot toneelzalen moeten omgevormd worden. Maar, zoals Pauline Véron, schepene voor het budget, eraan herinnerde, ‘het metronet wordt uitgebaat door de RATP en niet door de stad Parijs’.

Om de Parijzenaars te helpen hun projecten op elkaar af te stemmen en hen ertoe aan te zetten over de algemene politiek na te denken, heeft het gemeentebestuur drie criteria vastgelegd: ze moeten betrekking hebben op ‘het algemeen belang’ en geen ‘elementen met een commercieel karakter’ bevatten; ze moeten onder ‘de bevoegdheid van de stad’ vallen, niet onder dat van een private financierder; ze moeten betrekking hebben op het ‘investeringsbudget’ (bijvoorbeeld op de stadsinrichting of op de openbare ruimten) en niet op het ‘functioneringsbudget’ (de oprichting van een kindercrèche met de aanwerving van personeel, permanent onderhoud, enz.). Maar dat volstaat niet altijd om ‘het paradigma van de rue Jourdain’ te verhinderen, dat beschreven werd door de socioloog Yves Sintomer in het collectieve werk ‘Les Budgets participatifs en Europe. Des services publics au service du public’ (met Carsten Herzberg en Anja Röcke, La Découverte, 2008).

‘Horizontale’ discussies

De rue Jourdain ligt in La Rochelle. Begin 2000 lanceren de bewoners een petitie om er een eenrichtingsstraat van te maken, om op die manier verkeersopstoppingen te verminderen. Het gemeentebestuur aanvaardt, maar het verkeer verplaatst zich naar een nabijgelegen buurt. Diens bewoners lanceren op hun beurt een petitie… Uiteindelijk besluit het gemeentebestuur de rue Jourdain voor auto’s af te sluiten – hetgeen niets oplost. Dit voorbeeld illustreert een steeds terugkerend probleem: de bewoners reageren dikwijls op een lokalistische en egoïstische manier, volgens het principe ‘niet bij mij’. Ze verdedigen hun eigen belangen ten koste van het algemeen belang. Op die manier stoten dikwijls vele sociale projecten – diensten voor daklozen of druggebruikers – op hardnekkig verzet. Vandaar het wantrouwen van de verkozenen tegenover burgerparticipatie.

In Parijs tracht men dit probleem op te lossen door ‘horizontale’ discussies te organiseren. Dat is het principe van zogenaamde ‘coconstructiegroepen’. De mensen uit de wijken komen samen, de stadsbestuurders interveniëren, gelijkaardige projecten worden per thema samengevoegd en worden vervolgens bediscussieerd. Volgens Pauline Véron, verkozene van het 9de arrondissement, maakt de coconstructie het mogelijk om ‘de band tussen de burgers, de instellingen en hun vertegenwoordigers te versterken en steeds meer transparantie in het beheer van de gemeentefinanciën te garanderen’. Maar ook om ‘een pedagogie van publieke actie’ te ontwikkelen.

Betekent dit nu een reële vooruitgang of is het een democratisch gadget voor de geprivilegieerde stadsbewoners? Ter linkerzijde van de Parti Socialiste (PS) werd het participatief budget van Parijs bekritiseerd omdat het veel te beperkt zou zijn in de manier waarop het toegepast wordt. Danielle Simonnet, verkozene van het ‘Front de gauche’ in het 20ste arrondissement, heeft het over een concept dat ‘verkeerd gebruikt’ wordt omdat het enkel betrekking heeft op slechts 5 % van de investeringen. Volgens haar zou het principe moeten ‘uitgebreid worden tot het hele budget, tot het wegennet, de parken, de openbare ruimten’. Het zou er ook moeten om gaan te discussiëren over de belastingen waarmee deze budgetten gefinancierd worden, en hun verdeling naargelang de inkomens. Dat zou, zo stelt ze, een echte politieke keuze betekenen, ‘in de lijn van wat er gebeurt in Porto Alegre’ (1,5 miljoen inwoners), de hoofdstad van Rio Grande do Sul in Brazilië, dat een experiment met participatief budget uitgewerkt heeft en waar door de verdedigers van participatieve democratie dikwijls naar verwezen wordt.

Het avontuur van Porto Alegre begint in 1988, als de Arbeiderspartij (PT) de gemeenteraadsverkiezingen wint. Het gemeentebestuur komt tot het inzicht dat haast het totale budget opgeslorpt wordt door de uitgaves voor de functionering en dat er niets overblijft voor investeringen. Parallel hieraan demonsteren burgergroeperingen in de volkswijken om meer middelen te eisen voor scholen, wegen, woningen, riolering. De burgemeester, Olivio Dutra, kiest voor transparantie: hij legt uit dat het hem aan middelen ontbreekt en stelt aan de bewonerscollectieven van Porto Alegre voor deel te nemen aan de uitwerking van de gemeentefinanciën, de inkomsten inbegrepen, en daarbij rekening te houden met de behoeften van de allerarmsten.

Aldus ontstaat in 1989 het eerste orçamento participativo of participatief budget in Brazilië. Er wordt een koepel van de verenigingen van de inwoners van Porto Alegre opgericht, dat met het gemeentebestuur samenwerkt. Eén van de eerste beslissingen zal bestaan in een hervorming van de gemeentebelasting ten voordele van de armsten, door de invoering van een progressieve belasting op het onroerend goed dat een hogere belastingsvoet voorziet voor de bewoners van de betere wijken en voor de kantooreigenaren. Na een aarzelende start – 700 bewoners nemen er in 1989 aan deel -, stijgt de participatie van de volksklassen aan de uitwerking van het budget jaar na jaar: in 2002 nemen 18.500 personen en in 2011 – ondanks de verkiezingsnederlaag van de PT – nemen 15.000 personen eraan deel.

Expertise en engagement

In de jaren 2001-2004 weerklonk de ervaring van Porto Alegre in heel Brazilië. Volgens het onderzoek van Yves Sintomer vond het in 200 Braziliaanse steden navolging, onder andere in Brasilia, Belem, Soa Paulo. Vervolgens in Argentinië, in Peru, in Ecuador. En tenslotte in Europa. Want de Braziliaanse ervaring werd in de loop der jaren getest en verder ontwikkeld om, zo zegt Sintomer, ‘een ware “institutionele kit” te vormen, die kan worden geïmporteerd en in een andere context kan worden aangepast en veranderd, zoals het ook, op een andere schaal, gebeurd is met de Amerikaanse en de Franse grondwet’.

In Frankrijk werden er, in het spoor van de wet-Vaillant van 2002 over buurtdemocratie, die beïnvloed werd door Porto Alegre, wijkraden in steden met meer dan 80.000 inwoners opgericht. Zich baserend op deze wijkraden werden er in verschillende steden waar er een linkse meerderheid aan de macht is, aanzetten tot participatief budget ontwikkeld: Arcueil, Bobigny, La Courneuve, Saint-Denis. Het gaat hier veeleer om burgerconsultaties – de campagne ‘Spreek voluit’ in Bobigny – of om burgers en verkozenen samen te brengen – de ‘buurtinitiatieven’ in Saint-Denis -, dan om een echte participatie. Maar enkele steden – Grigny, Grenoble, Parijs, Metz, Montreuil, Rennes – zijn verder gegaan, en verlenen de inwoners de mogelijkheid om hun projecten uit te werken en te beschikken over een aanzienlijk deel van het gemeentebudget.

Aldus werd in november 2015 in Rennes een eerste experiment van participatief budget gelanceerd, ‘La Fabrique citoyenne’. Op één maand tijd werden er 992 voorstellen geformuleerd, waarvan er 54 door middel van een stemming van de 7.000 inwoners weerhouden werden. Onder meer: de bouw van een dansgelegenheid in het centrum van de stad (50.000 euro), wegen voor rolwagens en buggys (100.000 euro), de plaatsing van urbane windmolens (62.000 euro)…

Het gemeentebestuur van Rennes besteedt er, net als Parijs, 5 % van haar investeringsbudget aan, dit wil zeggen 18 miljoen euro. Op 1 december 2015 heeft de burgemeester, Nathalie Appéré (PS), de inwoners voor hun inzet bedankt en op de website van ‘La Fabrique citoyenne’ verklaarde ze: ‘Vele burgers voelen zich momenteel afgesneden van, dikwijls uitgesloten uit de politieke besluitvorming, waarvan ze nochtans de gevolgen in hun dagelijks leven ervaren. Met het participatief budget doen we een beroep op uw expertise en uw engagement.’ Hoeft dat nog bewezen te worden?

 

Uit: Le Monde, 16 juli 2016. Vertaling: Johny Lenaerts.

Meer info over participatief budget: http://www.athene.antenna.nl

 

 

 

Laat een reactie achter