3

aug

2017

De voorbije weken en maanden liet de politiek zich niet van haar mooiste kant zien en voelde je het vertrouwen niet spontaan toenemen wanneer je je voorstelde als gemeenteraadslid of lokaal politicus. De aanhoudende verhalen over buitensporige vergoedingen en schimmige structuren stralen af op het hele wereldje van de lokale politiek. Aanvankelijk voelde ik nog de neiging om licht in de verdediging te gaan, maar die lichtjes defensieve opstelling is vandaag verdwenen.
Opinie door David Dessers

Telkens er nieuwe feiten opduiken van politici die zichzelf, bovenop reeds mooie lonen, totaal buitensporige vergoedingen toekennen, voel ik de verontwaardiging toenemen. Zelf ben ik verkozen in 2012. Sindsdien maak ik deel uit van de groene oppositie in de Leuvense gemeenteraad. Daar horen niet veel extra mandaten bij, in mijn geval niet één. Ja, het was me wel bekend dat er in intercommunales zitpenningen worden uitgekeerd, zoals wij die ook krijgen voor een gemeenteraad of een commissie. Maar de veelheid aan schimmige structuren, het gebrek aan transparantie en de volstrekt ontspoorde vergoedingen die er soms worden uitgekeerd, waren me – toegegeven – minder bekend. En wat nog erger is, als je er een debat over durft aangaan, krijg je banbliksems naar je hoofd en word je stante pede in de hoek van het populisme geplaatst. Het is als spuwen in de soep.

Gij zult niet graaien?

En daar wringt het schoentje. Mijn indruk is dat een deel van de politieke wereld de ernst van de zaak niet wil inzien en stilletjes hoopt dat de storm overwaait. Ondertussen nemen deze mensen terloops het woordje transparantie in de mond of mompelen ze iets over een decumul, zonder echter het hele systeem in vraag te stellen. En dat is het nu net, een systeem. Daarom vind ik ook de term ‘gegraai’ enigszins ontoereikend. Het is een op het individu gerichte, moraliserende term. “Gij zult niet graaien.” Wat we nodig hebben, is een totale herijking van het systeem, zodat er simpelweg niet meer gegraaid kan worden, los van de morele standaarden van individuele politici.

Is transparantie de oplossing? Het kan het begin van een oplossing zijn, een eerste stap. In Leuven publiceerde het bestuur een lijst met alle ingevulde mandaten. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. Alleen staat er in de lijst enkel bij of het al dan niet om een bezoldigd mandaat gaat. Bedragen ontbreken. En natuurlijk zijn de zitpenningen in intercommunales gereguleerd en zijn de bedragen daar dus gekend. Maar tot op vandaag zijn er leden van het Leuvense college die mandaten invullen, waarbij het allerminst duidelijk is welke vergoedingen daar de afgelopen jaren tegenover stonden. Wat we wel weten is dat ze in die structuren niet op een pruimpje kijken. Burgemeester Tobback bestempelde vragen van een De Morgen-journalist daarover als “viswijverijnieuwsgierigheid”. Hij weigert blijkbaar in te gaan op de vraag van zijn eigen partijvoorzitter om volledig open kaart te spelen.

Het kan best zijn dat hij die vragen vervelend vindt, maar het is echt iets te makkelijk om elke terechte vraag naar een transparante politiek weg te zetten als een populistische kreet. Veel burgers zijn oprecht verontwaardigd door de wantoestanden. Die mensen zijn in principe bondgenoten voor een weerbare democratie die haar waardigheid weer kan herwinnen. Door die mensen en hun vragen ernstig te nemen, bieden we net de anti-politiek van antwoord. Het is in feite een voorrecht om een publiek mandaat te mogen opnemen. In een gezonde democratie zou elke vraag over hoe publieke middelen worden ingezet om dat mandaat in te vullen, als perfect legitiem moeten beschouwd worden, niet als een ongezonde inbreuk op de privacy.

Een veelvoud in de privé? Wat zouden ze toch…

Wil ik nu suggereren dat de Leuvense burgemeester in de politiek zit om zijn zakken te vullen? Maar nee, ik ben er zelfs van overtuigd dat dit niet het geval is. Maar dat verhindert niet dat het me noodzakelijk lijkt om al die structuren, het aantal mandaten en de bijhorende vergoedingen tegen het licht te houden en na te gaan of het al dan niet om goed besteed overheidsgeld gaat. Je mag je ook afvragen of burgemeesters en schepenen van centrumsteden, die hoe dan ook volwaardige lonen uitbetaald krijgen, daar bovenop dan ook nog eens voor vergaderingen waarin ze hun stad vertegenwoordigen dienen betaald te worden. We hoeven hier niet fanatiek in te zijn. Een stad besturen is geen nine-to-five-job en brengt grote verantwoordelijkheden met zich mee. Daar mag een billijk loon tegenover staan. Maar het is toch goed om even in herinnering te brengen dat het gemiddelde voltijdse loon in dit land ongeveer 2.000 euro netto bedraagt. Eén op de twee werkende Belgen verdient minder dan 1.800 euro netto per maand. In tijden van bezuinigingen en oplopende kosten, zou het niet meer dan normaal zijn dat ook politici de knip zetten in de extraatjes.

Soms hoor je ze dan beweren dat ze uiteindelijk in de privé een veelvoud zouden kunnen verdienen. Voor sommigen zal dat allicht wel het geval zijn. Maar voor de overgrote meerderheid van mijn collega’s gaat die ballon helemaal niet op. Wat zouden ze toch… Zo’n uitspraken versterken eigenlijk alleen maar de indruk dat mensen die te lang meedraaien in dit soort systemen, de band met de sociale werkelijkheid écht dreigen kwijt te spelen. Welke indruk geeft de politiek van zichzelf wanneer mensen van verschillende partijen beweren dat ze 30.000 euro méér of minder op de rekening zelfs niet eens opgemerkt hebben?

Breek de overbodige koterij af

Wat moet er dan gebeuren? Het is hoog tijd voor een constructieve maar doortastende aanpak, die weer hoop kan geven aan de zovele mensen wiens vertrouwen in de democratie een fikse deuk heeft gekregen. De verkiezingen van 2018 en de nieuwe besturen die op de been gebracht zullen worden, vormen daar de uitgelezen kans voor. Ga terug naar de start en begin niet aan de rit alvorens je alles netjes in kaart hebt gebracht en waterdichte afspraken op papier hebt over hoe je omgaat met die structuren en mandaten. Stel structuren in vraag en bouw die structuren af die geen meerwaarde hebben. Stel je de vraag wat je als stad wilt bereiken en welke instrumenten je daarvoor nodig hebt en breek alle overbodige koterij, waarvan je het nut niet uitgelegd krijgt, af. Breng ook alle vergoedingen in kaart en maak resoluut komaf met elke buitensporige vergoeding. Indien je bepaalde mandaten en bijhorende vergoedingen niet van vandaag op morgen kan veranderen, spreek dan af dat je ze doorstort in een fonds waar je maatschappelijk zinvolle projecten mee kan ondersteunen. En communiceer bij de start open en transparant naar je inwoners en maak hen duidelijk dat de handen proper zijn. De vele voorbeelden uit de verschillende steden tonen aan dat een dergelijke oefening allerminst overbodig is. Er is niets populistisch aan deze voorstellen. Integendeel, laat deze crisis nog verder woekeren en de anti-politiek zal er net garen bij spinnen.

In plaats van kregelig of te defensief te reageren zouden we ook een positief signaal kunnen geven. Waarom zouden we op lokaal vlak niet met alle democratische partijen samen een aantal constructieve afspraken oplijsten? We kunnen die verzamelen in een charter of intentieverklaring. Daarmee kunnen we tijdens de verkiezingscampagne reeds aan de kiezers duidelijk maken hoe we na 14 oktober 2018 die nieuwe start willen maken. Dat lijkt ons nuttiger dan andere partijen ervan te beschuldigen dat ze een politiek opbod organiseren.

Vorige maand bezocht ik een politieke conferentie in Barcelona. Sinds 2015 wordt die stad bestuurd door burgemeester Ada Colau, voormalig boegbeeld van de indignados. In Spanje worden inmiddels meer dan 7 miljoen burgers bestuurd door dergelijke progressieve, nieuw-linkse besturen, waaronder ook de inwoners van Madrid of A Coruña. Ze noemen zich de ‘steden zonder angst’. De Spaanse steden hebben echter doorheen de jaren hele grote schulden opgestapeld. Opvallend is dat die ‘steden zonder angst’ erin slagen om die schulden drastisch af te bouwen. Dat doen ze niet door te bezuinigen op de dienstverlening, maar door de knip te zetten in overbodige structuren en uitgaven alsook in prestigeprojecten allerhande. Colau, die de conferentie op poten zette, heeft zelfs stevig beknibbeld op haar eigen loon. Uiteraard zal dit op zich niet het verschil maken voor de stadskas van Barcelona. Maar als signaal kan het wel tellen. Wanneer mensen goede redenen hebben om kwaad te zijn op de politiek, neem ze dan alsjeblieft au sérieux. Hoe kan je anders verwachten dat zij de politiek weer au sérieux zouden nemen?

David Dessers is gemeenteraadslid voor Groen in Leuven en auteur van ‘Leuven in alle straten. “Voor een stad die durft”.

Laat een reactie achter